Geschiedenis van Cesseras en omstreken

 

Cesseras

 

Al meer dan 300.000 jaar wordt het gebied rond Cesseras bewoond, zo blijkt uit recente opgravingen in de grot van Aldene. In de grot werden ook prehistorische tekeningen gevonden en in een dieper gelegen gedeelte vond men enkele duizenden jaren oude voetafdrukken, die in de kleiachtige grond goed bewaard waren gebleven, mede dankzij een daar aanwezige kalklaag.

Meerdere resten van bewoning zijn in het gebied aangetroffen uit neolithische en protohistorische perioden. Ook uit de Romeinse tijd is hier veel terug te vinden. Zo zijn er de overblijfselen van een heiligdom en resten van woningen en graven. Zelfs is er een in een grot gesticht heiligdom ontdekt waar nog veel munten en olielampen tevoorschijn kwamen.

De eerste schriftelijke vermelding van Cesseras is gevonden in een document uit het jaar 844, volgens welk Karel De Kale, kleinzoon van Karel De Grote, het gebied van Cesseras ten geschenke gaf aan één van zijn vertrouwelingen, Hildéric, die zo de eerste edelman van het dorp werd.

Veel later, in de 13e eeuw, werden de edelen van Cesseras het slachtoffer van de kruistocht tegen de Katharen. Zij werden wegens ketterij in Carcassonne gevangengezet. In 1255 kreeg Raymond Trencavel, laatste burggraaf van Carcassonne, adellijke rechten over Cesseras. Koning Lodewijk IX deed dit om Raymond schadeloos te stellen voor het afstaan van in beslag genomen goederen aan de koning. Vervolgens werd dit bescheiden dorp het laatste toevluchtsoord van de verdediger van de Occitaanse vrijheid, erfgenaam van een dynastie, die sedert twee eeuwen regeerde in de Bas Languedoc

Raymond Trencavel, een echte ridder volgde de Heilige Lodewijk in de zevende kruistocht en hij onderscheidde zich door zijn dapperheid. Hij keerde terug en stierf, waarschijnlijk in het kasteel van Cesseras rond 1267. Na zijn dood droeg de vorst het bezit van Cesseras over aan zijn zoon Roger van Béziers, wiens nakomelingen tot het midden van de 15e eeuw landheren van Cesseras waren.

In 1455 werd het gebied voor 1400 gouden ponden gekocht door de edelman Bertrand van Corssier, opperrechter in het drostgebied Carcassonne. Zijn zoon Bernard restaureerde het slot en bouwde de ronde torens.

In 1657 trouwde de zoon van Baron de Fabrezan met de dochter van Corssier, Anne Loubens. Deze Charles de Seigneuret bracht een bruidsschat mee van 120.000 pond in ruil waar voor hij de titel van baron van Cesseras kreeg.

Hij was het, die het kasteel inrichtte, zoals men het nu nog kan zien. Zijn nakomelingen droegen de titel tot aan de revolutie.

Jean François van Seigneuret van Loubens, laatste baron van Cesseras, week uit naar c, waar hij in 1792 stierf. A1 zijn goederen werden in beslag genomen en bij opbod verkocht.

De geschiedenis van Cesseras wordt vooral bepaald door twee dramatische gebeurtenissen:

  • de inname en brandstichting van het dorp door plunderaars in 1366, aangevoerd door de bandietenleider Gaitiot del Castel, tijdens de 100-jarige oorlog,
  • en de veldslag, die werd geleverd nabij de oude kapel van Saint Salvy op 25 oktober 1591, tijdens de godsdienstoorlogen, waarin de troepen van de graaf Antoine de Joyeuse en die van Graaf de Montmorency, tegenover elkaar kwamen te staan.

Vanaf het feodale slot, in de schaduw van de laatste uitlopers van het kalkplateau, waakt Cesseras over de wijngaarden van de vlakte.

Bij de gotische kerk met daarnaast de klokkentoren bewarende straten van het oude dorp de middeleeuwse sporen van de versterkingen van twee vierkante torens. Op het plein, dat typisch is voor dorpen in de Languedoc, staat de put in de schaduw van platanen.

Aan de rand van het dorp, zowel in het Oosten als in het Westen staan twee kapellen, die een wandeling erheen waard zijn. De voorromaanse kapel van Saint Salvy, omgeven door groene eiken, vertegenwoordigt de resten van een voorbije eredienst. De Romaanse kapel van Saint-Germain, in de schaduw van grote pijnbomen, onthult een opmerkelijk zuivere stijl.

Naar het noorden ligt, wat hoger, het kalkplateau van Fauzan, een uitgestrekt dor gebied, doorsneden door de kloof van de Cesse met steile kalkrotswanden, gebleekt door de zon, en uitgesleten door water, weer en wind. Een indrukwekkend en woest landschap, rijk aan prehistorische plekken, zoals de grot van Aldene en de dolmen van Balzabe.

De streek om Cesseras heeft een aantal ongewone plekken, vol geschiedenis, waar de natuur in takt gelaten is door de bewoners.

 

 

LANGUEDOC-ROUSILLON, "HET LAND VAN DE KATHAREN"

 

De Languedoc, de zonovergoten schakel tussen de mediterrane wereld, waar de westerse beschavingen hun oorsprong vonden en de kustgebieden van de Atlantische Oceaan, geeft door zijn naam al aan, waar het geheim ligt van deze wonderbare en imposante landstreek.

Wat betekent dit bijna magische symbool “OC"? Het zijn de beginletters van Occitania, een geheel van landjes en streken tussen de Rhône en de Pyreneeën, die in het verleden één belangrijk bindmiddel hadden: de taal, of in het Frans de "langue d'oc”. Rond de elfde eeuw was het zelfs dé Europese literaire taal. Het is de taal van het Rolandslied, de Keizer Karel Pelgrimage en het beroemde Willemsepos. Kortom het is een geheimzinnige taal van een geheimzinnig land. Een boeiend land met de warmste plek van Frankrijk, de mooiste en de oudste kunstobjecten, de ruwste en prachtigste natuur, de bloedigste godsdienstgeschiedenis, opmerkelijke wijn en het eten met de meeste knoflook.

 

Weetje:

"Langue d'oc" en "langue d'oïl" zijn historische termen die verwijzen naar twee grote taalgroepen in Frankrijk tijdens de middeleeuwen. Deze namen zijn gebaseerd op de verschillende manieren waarop men in die tijd het woord "ja" zei:

Langue d'oc: Dit was de naam voor de talen die in het zuiden van Frankrijk werden gesproken. Het woord "oc" betekent "ja" in het Occitaans, een van de belangrijkste talen binnen deze taalgroep. De langue d'oc omvatte verschillende dialecten en talen zoals Provençaals, Gascognisch, en Langedocien. De term "Occitaans" wordt tegenwoordig nog steeds gebruikt om deze taalgroep aan te duiden.

Langue d'oïl: Dit verwijst naar de taalgroep die in het noorden van Frankrijk werd gesproken. Het woord "oïl" (dat uiteindelijk evolueerde naar het moderne Franse "oui") betekent "ja" in deze taalgroep. De langue d'oïl omvatte dialecten zoals het Picardisch, Normandisch, en uiteindelijk het Frans, dat zich ontwikkelde tot de standaardtaal van Frankrijk. (oïl wordt uitgesproken als oui, wat ‘ja’ betekent in het huidige Frans.

De termen "langue d'oc" en "langue d'oïl" worden gebruikt om de taalkundige en culturele verschillen tussen het noorden en zuiden van Frankrijk in de middeleeuwen te benadrukken. Terwijl de langue d'oïl zich verder ontwikkelde tot wat we nu kennen als het moderne Frans, bleef de langue d'oc bestaan als regionale talen en dialecten, hoewel ze sterk zijn teruggedrongen door de dominantie van het Frans.

Tegenwoordig wordt het gebied Languedoc Rousillon genoemd. De Romeinse provincie "Narbonensis”, die zich uitstrekte tot voorbij Toulouse en tot en met de hellingen van het Massif Central, fungeerde voor Rome als een springplank voor hun koloniale expansie in Spanje en in de rest van Gallië.

Als cultureel en commercieel bruggenhoofd voor de kontakten met de Barbaren van de Kelt Iberische wereld, was deze provincie tot de invallen van de 5e eeuw een uitstalkast van de luxe en verfijning van de Pax Romana. In de middeleeuwen noemde men dit gebied ‘Het Land Van Occitanie’.

Al voor het noordelijk gedeelte van de Languedoc geldt de kwalificatie 'voor elk wat wils". Het is een landstreek waar je alle kanten mee uit kunt. Van indrukwekkend en soms woest natuurschoon tot vriendelijk glooiende wijngebieden met de hoogste productie ter wereld en woeste kruidige heuvellandschappen.

Je kunt er een bezoek brengen aan de oudste en meest intakt zijnde vestingstad van Frankrijk, namelijk Carcassonne, of aan één van die stille wilde oude rotsburchten der Katharen, met namen als QUERIBUS, PEYREPERTUSE of MONTSEGUR.

 

Men vindt er sporen van de oude Romeinen, of het grootste wijnvat ter wereld, of de grootste zonneoven, maar ook de Middellandse Zee, de zon en het leven dicht bij de natuur. De Languedoc is een smeltkroes van beschavingen, culturen en geografische omstandigheden.

De Languedoc Rousillon vormen bovendien het gebied van de oude reizigerswegen van Italië naar Spanje, de oude weg van Herakles en de latere Romeinse Via Domitia.

Oude en cultuurrijke steden als Narbonne, Béziers, Montpellier en Nimes laten daar nog talloze voorbeelden van zien.

Het gebied heeft een sterk stempel ondergaan van godsdiensttwisten, waarbij de verwikkelingen rond de Katharen en de Albigenzen hebben geleid tot extreme hoogtepunten in bloedige godsdienstoorlogen. Ook dit heeft zijn sporen ruimschoots nagelaten.

De Languedoc is een levend stuk Openbaar Kunstbezit, stijlen en culturen rijgen zich aaneen en er is bijna geen plek te bedenken, of er bevinden zich typische oude bijzonderheden in de buurt.

De moderne welvaartsmaatschappij noopt ons tot voorzichtigheid met vetzucht en alcoholisme, doch de verrukkelijke specialiteiten en de overheerlijke wijnen maken het leven steeds weer tot een feest.

 

 

HET WIJNGEBIED MINERVOIS

 

De Minervois is een gebied, gelegen tussen de noordzijde van de Montagnes Noir en de  Cevennes, de zuidzijde van het dal van de Aude. Het gebied begint even onder Carcassonne en eindigt ter hoogte van Narbonne.

Het is een onvergelijkbaar gebied met oude romaanse kerken, statige ruïnes van kastelen, pittoreske dorpjes, zoals Minerve, Caunes Minervois of Bize Minervois, alsmede vele mogelijkheden om langs de diepe ravijnen te wandelen onder het gezang van de cigales, de rust van de wegen en de zuiverheid van de lucht.

 

 

KATHAREN

In de 11e eeuw ontstond een groep, waarvan zowel de adel als de burgerij deel uitmaakten, die een godsdienstige stroming aanhing, uitgaande van de filosofie over GOED en KWAAD. Zij noemen zich KATHAREN, ook wel ALBIGENZEN, omdat er veel in ALBI woonden. Het woord KATHAREN betekend eigenlijk ZUIVEREN, en het woord Ketter is hiervan afgeleid.

Deze groep wees de bestaande hiërarchie van de Rooms Katholieke kerk af en benoemde in 1167 tijdens een concilie eigen bisschoppen en diakenen. De Paus trachtte de Katharen echter van hun dwaalspoor af te brengen en riep op tot een kruistocht tegen hen.

De centra van deze Katharen waren Toulouse, BEZIER, Carcassonne, ALBI, Minerve, MONTSEGUR EN AVIGNON.

In 1209 werd Béziers ingenomen en werden 60.000 Katharen gedood, waarna in 1215 ALBI en Toulouse werden overvallen, in 1255 gevolgd door AVIGNON en in 1244 gevolgd door MONTSEGUR het laatste bolwerk van de Katharen. Hier werden 200 mensen op de brandstapel omgebracht, evenals eenzelfde aantal in Minerve.

 

 

Narbonne (110 KM)

 

Narbonne, bijgenaamd "DOCHTER VAN ROME" was ooit één van de mooiste provinciehoofdsteden van het Romeinse Imperium.

Deze kolonie werd gesticht ruim 100 jaar voor Christus en werd genoemd NARBO MARTIUS, gewijd aan de God Mars. Het werd een heel belangrijke handelspost. Men vindt er twee paleizen uit verschillende tijdvakken, die zijn beveiligd door zware vierkante vestingtorens en van elkaar zijn gescheiden door een middeleeuws straatje, de "PASSAGE DE L’ ANCRE", genoemd naar een oud scheepsanker dat als symbool diende voor de nieuwe zeeverbinding, die door de bisschoppen was aangelegd. Rechts

van de passage staat het oude paleis uit de 12e eeuw, gebouwd op 10e eeuwse fundamenten, gelegen rond een cour, en versterkt met de TOUR DE LA MADELEINE. Het is thans een archeologisch museum.

 

Links van de passage vindt men het PALAIS NEUF uit de veertiende eeuw, met twee vestingtorens, hetwelk thans is ingericht als museum voor beeldende kunsten.

Aan het einde van de passage vindt men de KLOOSTERHOF, die tegen een zijmuur van de kathedraal SAINT JUST is aangebouwd. Deze kathedraal, gebouwd in gotische stijl, is niet voltooid, doch geldt als een meesterwerk uit de Franse kerkarchitectuur.

Het andere zwaartepunt van deze middeleeuwse stad werd gevormd door de BASILIEK SAINT PAUL SERGE, versterkt in de 12e eeuw. Hieronder bevindt zich een vroegchristelijke NECROPOOL uit de 4e en 5e eeuw. Deze basiliek is eveneens in Gotische stijl gebouwd.

Voor een smakelijke en goedkope maaltijd kunnen wij U verwijzen naar het SELFSERVICE—restaurant van de supermarché UNIVERS, CASINO of MONTLAUR, waar U tevens een ruime parkeergelegenheid aantreft en goedkoop kunt tanken.

Toeristische trekpleisters zijn:

  • Pont Medieval
  • Een Wijnmuseum
  • Magasin Au Tresor Du Hollandais
  • Maison Des Trois Nourrices
  • Horreum
  • Palais Des Archevêques

Voor verdere inlichtingen kan men zich wenden tot het Office de Tourism op de Place Roger Salengro in Narbonne.

 

 

Béziers (117 KM)

 

Rond 30 jaar voor Christus kwamen de Romeinse kolonisten en brachten de wijnstok mee. Zij stichtten toen de stad JULIA BITERRAE, wat huis aan de Voorde betekent. Deze kolonisten gingen toen wijn verbouwen, die dan werd geharst en in amforen werd geëxporteerd. In 1209 hebben de deelnemers aan de grote kruistocht tegen de Katharen de gehele bevolking van Béziers uitgemoord. Na jaren van onrust en invasiegolven keerde de vrede terug onder de dynastie van de burggraven van Trencavel, gesticht door Karel de Grote.

In de Middeleeuwen was Béziers niet alleen een bloeiend handelscentrum, maar ook een bisschopszetel, welke was ingesteld in de 4e eeuw, en trok veel kunstenaars en geleerden aan.

In 1828 wilde men de oude stad een moderner aanzien geven. Men sloopte de stadswallen en dempte de grachten, waardoor de fraaie wandeldreven ontstonden, zoals ALLEE RIQUET. In de oude stad vindt men nog de bebouwing uit de 12e en de 17e eeuw. Tot de weelderigste 17e eeuwse behoren o.a. Hôtel SARRET, Hôte1 DULAC, en Hôte1 DROTOUS DE MAIRAN. Sinds de afbraak van de citadel in de 17e eeuw is de versterkte kathedraal SAINT NAZAIRE op de PLACE DE LA REVOLUTION, het voornaamste historische monument van Beziers. Het is gebouwd in de 12e eeuw en beveiligd met door kantelen bekroonde vestingtorens.

Door de uitbreiding in de 13e eeuw van koor en kloosterhof kreeg de kerk een gotisch aanzien. De terrastuin van het bisschoppelijk paleis biedt een fraai uitzicht over de rivier de ORB. s—Avonds is het geheel verlicht door middel van schijnwerpers en is dan sprookjesachtig van aanzien. Béziers heeft in haar omgeving een prachtig wandelgebied.

Voor een smakelijke en goedkope maaltijd kunnen wij U verwijzen naar het SELFSERVICE—restaurant van de supermarché UNIVERS, CASINO of GEANT, waar U tevens de beschikking hebt over een ruime parkeergelegenheid en de mogelijkheid van goedkoop tanken.

 

Toeristische trekpleisters zijn:

  • de watertrap van Fonseranes, een opvallend fraai geconstrueerd stelsel van zeven sluistrappen, die samen een verval van 27 meter overbruggen;
  • het Oppidum Enserune, een gedeeltelijk ontgraven stad op een 118 meter hoge heuvel;
  • een Romeinse arena;
  • een arena voor stierengevechten;
  • een tweetal musea.

Voor verdere inlichtingen kan men zich wenden tot het Office de Tourisme op de Allée PAUL RIQUET in Béziers.

 

 

CARCASSONNE (38 KM)

 

Carcassonne, de grootste Middeleeuwse citadel in europa, met het grafelijk kasteel en de fortificatie, daterend uit het feodale tijdperk, béstaat uit de Cite en de Ville Basse, welke zijn gescheiden door de rivier de Aude. De Galliërs hadden hier een kleine versterkte nederzetting, genaamd Carcaso, gebouwd. De Romeinen, aangelokt door de ideale ligging, bouwden er een Castellum, waaruit ze in de 5e eeuw werden verdreven door de Visigoten, die op hun beurt in de 8e eeuw weer moesten wijken voor de Arabieren.

In de 13e eeuw was Carcassonne een bloeiende stad en werd beschermd door 2000 man. Trencavel, de burggraaf van Carcassonne, trok in 1209 met Raymond VI van Toulouse, leider van de ketterse Katharen, ten strijde tegen Paus Innocentius III en de Franse Filips Augustus. Op 1 augustus van dat jaar werd Carcassonne belegerd door 20.000 kruisvaarders, onder leiding van  Simon De Montfort en tot overgave gedwongen. Trencavel werd gevangengezet in één van de torens van zijn stad en stierf nog hetzelfde jaar.

Tussen 1270 en 1285 liet FILIPS DE STOUTE, zoon van LODEWIJK DE HEILIGE, de oude vestingwerken Omgeven door een onneembare tweede ommuring, waardoor de stad de bijnaam verwierf van de Maagd Van De Languedoc. Sindsdien heeft niemand het meer durven te bestormen.

De restauratie van deze oude stad begon in 1850. De buitenste vestingmuur, lang 1500 meter en voorzien van 26 ronde torens, kwam tot stand onder Lodewijk De Heilige en zijn zoon in de 13e eeuw. De oudste torens van de bin— nenste ommuring, lang 1 100 meter, zijn GALLOZ ROMEINS en staan op schootsafstand, dus 20 meter, van elkaar. Een versterkte gang loopt van de muren naar de oever van de Aude en diende voor bevoorrading tijdens een beleg.

Aan de oostzijde van de stad bevinden zich de PORTE NARBONNAISE met de zogenaamde SNAVELTORENS, waarop projectielen afketsten zonder veel schade aan te richten. Het grafelijk kasteel uit de 12e eeuw geldt als een mees— terwerk van de feodale bouwkunst.

Toeristische trekpleisters zijn:

Kathedraal SAINT NAZAIRE - Kathedraal SAINT MICHEL — Museum.

Voor nadere inlichtingen kunt U zich wenden tot:

Office de Tourisme - Rue de Verdun - Carcassonne.

Voor een smakelijke en goedkope maaltijd kunntn wij U verwijzen naar het SELFSERVICE-restaurant van de supermarché UNI VERS, waar U tevens kunt beschikken over een ruime parkeergelegenheid, en waar men goedkoop kan tanken.

 

Perpignan  (80 KM)

 

Men hoeft het niet met Dali eens te Zijn, die het station van Perpignan uitriep tot het centrum van het heelal , maar iedere bezoeker zal getroffen worden door de warme en de bruisende sfeer van deze boeiende stad tussen het gebergte en de zee, en omgeven door wijngaarden en kwekerijen .

De vroegere koningsstad is thans een belangrijk regionaal centrum met goed voorziene winkels, waar men de bewogen geschiedenis van Catalonië terugvindt in kerken en monumenten. De grote charme van Perpignan schuilt echter in de trotse, nonchalante allure, waarmee zij haar vaak gehavende schoonheid ten toon spreidt.

 

Rousillon

Ten oosten van Perpignan, waar de Via Domitia de rivier de Tet kruiste, lag in de Romeinse tijd een kleine nederzetting, genaamd Ruscino, hetgeen verbasterd is tot Rousillon.

Bij de invallen van de Barbaren werd dit stadje verwoest en archeologen hebben de resten ervan teruggevonden bij het huidige Castel Rousillon. In de Middeleeuwen werd een nieuwe stad gesticht bij de samenvloeiing van de Basse en de Tet. De stad kwam tot bloei dank zij de handel met Spanje en een gespecialiseerde nijverheid.

Met het rood van de meekrap, een plant die in de omgeving werd gekweekt, verfden de apprêteurs van Perpignan lakenweefsels, die afzet vonden in heel Europa. Tot de 15e eeuw schitterde de stad als residentie van de koningen van Mallorca. Maar aan deze bloei kwam een einde in 11462, toen Lodewijk XI Rousillon in bezit nam en zo een reeks van belegeringen en veldtochten ontketende. Pas bij het Verdrag Van De Pyreneeën van 1659 kwam Rousillon voorgoed bij Frankrijk.

Toeristische trekpleisters zijn:

  • het Castillet
  • de Loge De Mer
  • Het Paleis van de Koningen van Mallorca
  • Chapelle Haute
  • Chapelle De La Sanch.

 

Montpellier

 

Mont Pistillarius, hetgeen kruidenberg betekent, was een leengoed van de Heren van Guilhem. Deze naam is ontstaan door de handel met de Oriënt, vanwaar schepen kruiden en specerijen via de rivier de Lez transporteerden naar de zeehaven van Lattes en deze lucratieve handelswaar drukte een stempel op de stad Montpellier. De alhier verzamelde kruidendokters gaven hun kennis door aan anderen en bezorgden Montpellier een reputatie als centrum voor de geneeskunde, die in de 13e eeuw leidde tot de stichting van een Ecole De Medecine, welke later uitgroeide tot een Medische Universiteit.

Sinds 1349 is Montpellier voorgoed Frans, aangekocht door Philips VI; daarvoor was het eigendom van de koningen van Mallorca.

In de 17e eeuw was het een bolwerk van de Franse Protestanten. In 1622 werd de stad grotendeels verwoest. Het voorname standbeeld stamt dan ook voornamelijk uit de periode van de 17e tot de 19e eeuw. Onder Lodewijk XII werd Montpellier de bestuurszetel van de Languedoc.

 

Toeristische trekpleisters zijn:

  • Arc De Triomph
  • Jardin Des Plantes
  • Benedictijnencollege
  • Cathedraal Saint Pierre
  • Chateau Marsillargus
  • Chateau D T O
  • Tour Des Pins , 23 Meter Hoog
  • Tour De Babote , 50 Meter Hoog
  • Hôtel De Lunaret
  • Hôtel Manse
  • Hôtel Des Tresoriers De France
  • Hôtel Jacques Coeur
  • Promenade Du Peyron
  • I 'Oeuf, Het Ei, Het Belangrijkste Plein Met Een Fontein, Voorzien Van De Drie Gratiën
  • Musée Fabre
  • Musée Aiger

 

 

Toulouse (120 KM)

 

Toulouse, bijgenaamd de Rose Stad, is één van de mooiste steden van Frankrijk. Tijdens een dwaaltocht door de oude wijken onthult de stad haar unieke, kleurige en kunstzinnige schoonheid, die herinnert aan de Italiaanse renaissancesteden. De naam Rose Stad heeft Toulouse te danken aan de stralende kleurenpracht van haar gebouwen, opgetrokken uit een baksteen, die uit de lokale klei wordt gemaakt, en deze stenen kleuren de stad dan rose bij zonsopgang tot lichtpaars in de avondschemering.

Al voor de stichting van Rome was Tolosa, hetgeen drink water betekent, een grenspost van de Iberiërs aan de oever van de Garonne. Onder de Romeinen werd Tolosa een grote en bloeiende stad. In 1271 werd Toulouse voor eens en altijd Frans.

Toeristische trekpleisters zijn:

  • De Romaanse Basiliek Saint Sernin
  • De Eglise Des Jacobins - De Kathedraal Saint Etienne
  • Het Musée Du Vieux Toulouse
  • Het Musée Des Augustins
  • Het Musée Georges Labit
  • Het Musée Saint Raymond
  • Hôtel D' Assezat
  • A Hôte1 De Bernuy
  • Hôte1 Du Capitoul Bonnefoy.

 

 

Minerve

 

Minerve is de hoofdstad van de Minervois en is gelegen op een hoge rotsachtige bergtop, juist op het punt waar de Cesse en de Briant samenvloeien. Het plaatsje heeft een historisch beladen verleden met verwikkelingen rond de Katharen, welke hebben geleid tot extreme hoogtepunten in bloedige godsdienstoorlogen. Nu nog geldt het gehele gebied als een centrum van Protestantisme. Minerve heeft de langste natuurlijke brug van Europa en bezit een eenvoudige Romaanse kerk.

 

 

SAINT -GUILHEM LE DESERT

 

Dit schilderachtige dorpje ligt op 100 KM van het huis, op een plaats waar de Herault uit de bergkloven te voor— schijn komt, en is gebouwd rondom de oude Abdij, genaamd L' Abbaye De Gellone.  Deze abdij werd in 804 onder Karel De Grote door Guilhem, hertog van Aquitanié, gesticht en geldt als één van de zuiverste meesterwerken van de zuidelijke vroeg Romaanse bouwkunst.

Het prachtige koor stamt uit de 11e eeuw, de portiek met de klokkentoren uit de 12e en de 15e eeuw.

Boven het dorp ligt op een steile rots de ruïne van het kasteel uit de 12e eeuw, genaamd Le Chateau De Gean . De grote held van deze nederzetting was Guilhem D'orange, of wel Willem Met De Korte Neus, graaf van Toulouse. In het omliggende kalksteengebergte hebben de rivieren diepe littekens uitgeslepen van grotten en kloven tot diepe dalen. Hierin bevinden zich de Grotte De Clamouse, Grotte Du Sergent, Grotte Des Demoiselles, Gorges De La  Vis en het Keteldal Van Navacelles.

De huizen van dit dorp zijn zo gebouwd, dat het water onder de woningen doorstroomt.

In Saint Guilhem Le Desert wonen veel kunstenaars.

Route: Cesseras - Olonzac - Béziers - Pezenas - Paulhan Clermont De L T Herault - Saint Andre De Sangenis Gignac - Aniane - Pont Du Diable - Saint Guilhem Le Desert.

 

Pezenas

 

Deze stad heeft een oud stadsdeel, Vieille Ville, met prachtige 17e eeuwse patriciershuizen, zoals Hotel D T A Fonce, Hotel Malibran en Hotel Lacoste. Hierbij moeten wij vooral wijzen op de karakteristieke binnenhoven. Pezenas is de geboorteplaats van de toneelschrijver Moliere, een echte museumstad, en wordt genoemd De Tuin Van De Herault. In het musée Vulliod  St.Germain is een complete zaal ingericht voor Moliere.

Aan te bevelen is een bezoek aan het Ghetto in de Rue DE LA JUIVERIE en de snoepjesfabriek Boudet.

 

 

De beklimming van de Canigou

Deze indrukwekkende berg is lang met sneeuw bedekt, is van verre zichtbaar en is een symbool van Catalonie. Het is het hoogste punt (2784 meter) van een secundair massief van de Pyreneeën.

De eenvoudigste manier om de Canigou vanaf het huis te bereiken is de volgende:

Men rijdt in 2 uren via Lezignan naar de autoroute richting Perpignan-Sud en vervolgens via de N116 tot Villefranche De Conflent naar de voet van de Canigou.

Bij  Villefranche gaat men via de D 116 richting Vernetles-Bains. Bij Corneilla De Conflent neemt men de D 117 naar Fillols. In Fillols gaat men linksaf de D 27 op naar de Col de Millères (ongeveer 2 km na Fillols). Hier gaat men rechtsaf een zandweg op. Na ongeveer 1100 meter ziet men een camping. Dit is het startpunt van een zeer interessante en boeiende beklimming van de Pic Du Canigou. Van hieruit kunt U te voet (heen en terug naar de top is een tocht van 9 uren) of per jeep (af te spreken bij de camping op de Col de Millères of bij de garagehouder in Prades, die de tochten onderneemt) in  ongeveer 1 uur naar het Châlet Hotel des Cortalets. Vanaf dit Châlet Hotel kan men de Canigou bestijgen in totaal 3 uren heen en terug, waarna men weer met de jeep naar de Col de Millères teruggaat.

De zeer smalle, bochtige en erg stijgende weg (21%) is voor automobilisten beslist af te raden.

De door de Catalanen zo geliefde Canigou werd in de 19e eeuw beschouwd als de hoogste top van de Pyreneeën. Koning Pedro III van Aragon zou in 1285 het eerste de top hebben bereikt.

In 1903 haalde een 10 pk oldtimer het Châlet des CortaIets. In 1907 slaagde een luitenant van de gendarmerie erin de top te paard te bereiken, zònder van zijn zadel gekomen te zijn. Op de top van de Canigou staan: een kruis, een orientatietafel en de ruïne van een stenen schuilplaats uit de 18e en de 19e eeuw voor wetenschappelijke waarnemers.

Men kan ook per jeep omhoog en te voet terug, of men doet zowel de beklimming als de afdaling per jeep. (eigen keus).

 

 

LE PONT DU GARD (200 KM)

De Pont du Gard vormde in de Romeinse tijd een onderdeel van het aquaduct, dat diende voor het transport van het water uit de bronnen van de Eure en de Airan naar Nimes. Dit geweldige monument, dat door 20 eeuwen zon als het ware verguld is, is van een schoonheid, die moeilijk is te overtreffen.

Op harmonieuze wijze, die doet denken aan de Gulden Snede uit de Planimetrie, zijn de bogen op drie niveaus op elkaar geplaatst.

Het aquaduct is ontworpen in de tijd van Keizer Augustus. Zijn schoonzoon, Agrippa, de grote planoloog, zou tot de aanleg hebben besloten tijdens zijn verblijf in NIMES In het jaar 19 voor Christus.

De Pont du Gard is het meest spectaculaire en best bewaard gebleven deel van het totale aquaduct, waarvan de loop geheel bekend is.

Het aquaduct schijnt tot de 9e eeuw gefunctioneerd te hebben. Daarna diende de Pont du Gard alleen nog voor het verkeer als tolbrug.

In de 13e eeuw inde de Franse koning het tolgeld, later waren dat de Bisschoppen en de heren van UZES. Hoewel de Pont du Gard vele toeristen voor korter of langer verblijf aantrekt, nestelen zich toch grote kolo— nies zeldzame vogels dicht bij de bogen.

Een groot aantal beroemdheden noemt de Pont du Gard in hun werk, zoals:

  • RABELAIS: "Het is meer goddelijk dan menselijk”.
  • JEAN JACQUES ROUSSEAU: "De kunstzinnigheid van dit sobere maar edele bouwwerk trof mij des te meer, omdat het is opgetrokken te midden van een woestijn, waar de stilte en de eenzaamheid het object des te treffender en de bewondering des te intenser maakt. Ik heb de drie etages van het schitterend bouwwerk afgelopen, mijn emoties dwongen mij het onder mijn voeten te willen voelen. Ik bespeurde, dat ik, mezelf klein makend, in geestvervoering geraakte en bij mezelf verzuchtte "Waarom ben ik geen Romein””.
  • ALEXANDER DUMAS: "Niets schijnt mij zo groot, zo mooi, zo Vergiliaans toe als deze Romeinse gigant”.

Route: CESSERAS - BEZIERS - Autoroute richting Montpellier tot de afslag Remoulins - via de N 100 door Remoulins naar Pont du Gard.

 

 

LAC DE SALAGOU

Een stuwmeer ruim 4 KM ten westen van Clermont l’Herault. Dit meer met rode oevers, weerspiegelt een bergrug met spitse zaagtanden. De flank is begroeid, maar er steken kale rotsen doorheen. Het is een kleurig landschap en het meer dient in de eerste plaats voor bevloeiing, doch geeft ook veel vermaak aan gezinnen met kanovaren, waterfietsen en zeilen.

COLLIOURE (150 KM)

Dit oude vestingstadje, gelegen rondom een diepe inham, was voorheen een handelspost van de Feniciers, met een grote strategische waarde.

Tijdens de Romeinen werd deze plaats Cauco Illiberis genoem. Hier vindt men het Chateau Royal uit de 12e eeuw, gebouwd onder het bewind van respectievelijk Jacobus II, Pedro IV van Aragon, Karel V en Filips II.

Collioure heeft een prachtige kerk uit de 17e eeuw, welke is gebouwd in Catalaanse barokstijl en een opmerkelijke peperbustoren van baksteen bezit, welke tegelijk als vuurtoren dienst doet.

In het interieur zijn tal van kunstschatten te bewonderen, met als hoogtepunt de gouden Retabel; een subliem stukje smeedwerk van de veelzijdige Catalaanse kunstenaar Joseph Sunyer uit 1699.

De plaatselijke lekkernij in dit stadje is ansjovis.

De stad COLLIOURE bereikt U via Perpignan richting SPANJE, zowel via de Route Departementale als de Autoroute.

 

RIEUX

 

Hier zouden wij U een bezoek aan de schitterende Romaanse kerk sterk willen aanbevelen.

Deze zevenhoekige kerk, genaamd Saint Etienne, stamt uit de 11e eeuw en heeft een historische waterput, Saint Rustique, welke is voorzien van een overdekte gang, van waaruit de koninklijke troepen met een katapult werden verbrijzeld.

In 1210 stierven hier meer dan 180 ketters (Katharen) op de brandstapel, nadat SIMON DE MONTFORT de vesting had veroverd en de enige waterput, waarover men be— schikte, had vernield. Voorts bezit deze plaats enkele pittoreske huizen, gelegen in de Rue des MARTYRS.

Route: Cesseras - Azillanet - Beaufort - Oupia Olonzac - Homps - Azille - La Redorte - Rieux Minervois.

Note: Men kan ook rechtstreeks via Pepieux – Azille en  La Redorte naar Rieux.

 

 

SPANJE (110 KM)

 

Het is gebleken, dat sommige gasten graag een kijkje willen nemen in SPANJE. De dichtstbijzijnde grensplaats is PORT BOU op een afstand van 1110 101 , en voor BARCELONA komt daar nog 160 KM bij.

 

 

PYRENEEËN

 

De Griekse kultuurheld, Herakles, was op de terugweg van Spanje naar Griekenland enkele dagen de gast van Koning Bebryx (naamgever van de Iberische stam van de Bebryciërs of Berybraces). Tijdens dat verblijf werd de beeldschone dochter van de koning, Pyrène, onsterfelijk verliefd op Herakles. Deze  laatste' zette echter na enige tijd zijn reis weer voort en vertrok naar Griekenland.

De dochter van de koning, Pyrène, voelde zich door Herakles onteerd, voelde zich door hem in de steek gelaten en vluchtte verdrietig in haar ellende naar de naburige bergen, Ontstak daar een groot vuur en stortte zich in deze zelfgemaakte brandstapel

Herakles was van zins terug te keren naar zijn geliefde, maar vonsd alleen haar overblijfselen. Daarom maakte hij een monument van rotsen die uiteindelijk de Pyreneeën vormden .

 

 

TROUBADOURS

 

Dit zijn niet, zoals vaak werd verondersteld, arme drommels die hun kostje moesten ophalen, doch kunstenaars wier gezangen over liefde en aktuele gebeur.tenissen van mond tot mond gingen en die vaak in de gunst stonden bij het hof, en daar royaal beloond werden voor de berijmde gezangen, die zij hadden gevonden (trouvé). Hiervan is de naam "Troubadour” afgeleid. De roem van de troubadours was echter internationaal.

 

OPPIDUM d’ENSERUNE

Aan de N 9, tussen Narbonne en Béziers ligt Nissan Lez Enserune.

Vanuit Nissan kan men het Oppidum bereiken via een smalIe doodlopende weg. Hier, op een uitloper van het gebergte, liggen de stille getuigen van die voorafgingen aan de veroveringen van de Romeinen.

Het is een "Pech" met aan drie zijden steile hellingen. De heuvel, die een goed uitzicht bood, trok de volkeren, die hier in de IJzertijd woonden, aan. De streekbewoners maakten deze heuvel tot hun graanzolder. Zij richtten er in de 6e eeuw voor Christus silo's in. Het huttendorp werd in de 5e eeuw voor Christus een echt stadje, beschermd foor een ommuring, gemetseld van grote stenen.

Weetje: In Zuid-Frankrijk verwijst "Pech" naar een heuvel of hooggelegen plaats. Het komt van het Occitaanse woord "puèg" of "puech," dat "heuvel" of "berg" betekent. Je vindt deze term vaak terug in plaatsnamen of dorpen in de regio's zoals de Languedoc of de Provence. Het duidt meestal een locatie aan die op een heuvel is gelegen, vaak met een panoramisch uitzicht over de omgeving. Het woord kan dus zowel verwijzen naar de geografische locatie als de naam van een dorp of gehucht.

De bewoners van Ensérune deden de as van hun gecremeerde overledenen vergezellen van grafgiften (sieraden, wapens en voedsel). Dit alles werd in tomben gedaan, waarvan er meer dan 500 zijn gevonden.

In de 3e en 4e eeuw voor Christus kwam het stadje tot grote bloei, het telde toen wel 10.000 inwoners. De voorraden werden bewaard in enorme kruiken, de z.g. Doliae. Na driemaal verwoest en weer opgebouwd te zijn, werd het stadje kort voor het begin van onze jaartelling verlaten. Het panorama vanaf Ensérune is heel mooi, en reikt tot de Middellandse Zee, de Corbières, de Montagne Noir en de Cevennen.

Ten noorden van de heuvel lijkt in de velden een zon met stralen te zijn getekend. Deze wat merkwaardige planimetrische figuur geeft de ligging aan van de Etang van MONTADY en de stralen zijn de draineringskanalen, die de Etang in de middeleeuwen hebben drooggelegd.

In 1248 werd de natte grond geschikt gemaakt voor bebouwing. Er werd een ondergronds aquaduct aangelegd met een lengte van 1300 meter.

Op de top van de heuvel ligt het Nationaal museum van Enserune. Het bevindt zich in de villa van Felix Monret, die in het begin van deze eeuw de necropolis heeft doorzocht. De opgravingen leverden een uitzonderlijke rijke collectie op van kruiken, gespen, sieraden en munten. Op de 1e etage bevinden zich de vitrines met de graftomben

 

LAC DE LA RAVIEGE en LAC DE LAOUZAS (60 KM)

 

Op een afstand van circa 60 km van het huis bevinden zich twee grote stuwmeren, die een bezoek meer dan waard zijn.

De tocht naar deze meren via Minerve, Saint Pons en La Salvetat Sur Agout is een rit vol afwisseling. De terugweg loopt via Fraisse Sur Agout en het kleine Stuwmeer Saut De Vesole.

 

LAC DE LA RAVIEGE:

Men kan het meer bereiken via Rouvieres vlak bij La Salvetat. Hier is gelegenheid voor allerlei watersporten.

Het meer is 1150 HA groot en men kan er een prachtige autorit omheen maken, heen via de rechteroever, terug via de linkeroever.

De oevers zijn echter dichtbebost en geven dus weinig gelegenheid het meer te bereiken.

LAC DE LAOUZASE

Een rondrit langs dit meer van 320 HA is meer dan de moeite waard. Hier ontdekt men prachtige beboste landschappen en grote weidevelden, waarbij men geconfronteerd wordt met schitterende panaroma’s van de in het meer weerspiegelde bossen. Dit meer is minder toeristisch dan het Lac De La Raviege.

Bij Rieu Montagne kunnen waterfietsen worden gehuurd. Windsurfen en zwemmen zijn in dit meer toegestaan.

Het meer bevat 44.000.000 kubieke meter water en produceert per jaar 250.000.000 KWH.

Siran

Hier vindt U in het badhuis een museum van vondsten uit de omgeving, zoals fossielen en restanten van holenberen en menselijke bewoners.

 

LIMOUX (70 KM)

 

Dit zeer oude stadje stamt uit de 8e eeuw en werd in de Middeleeuwen Limosus genoemd, hetgeen betekent "Tuin Vande Aude. Zij heeft haar grote faam te danken aan de bekende Blanquette de Limoux, een witte sprankelende wijn, gewonnen uit de druiven Mauzac en Clairette.

Sinds de tijd van de Romeinen heeft deze wijn ten gevolge van het uitstekende klimaat al een geweldige reputatie. Het procedé om de wijn te doen schuimen, werd ontdekt door de monniken van het naburige klooster Saint Hilaire. Zij waren de voorlopers van DOM PERIGNON, die de oudste mousserende wijn ter wereld op de markt brachten. De Fransen in het zuiden noemen deze wijn ook wel ‘Le vrai champagne’.

Toeristische trekpleisters zijn:

  • de kerk Saint Martin
  • de Pont Vieux

 

DOUZENS (30 KM

Dit dorp, gelegen aan de RN 113 tussen Lezignan en Carcassonne, is heel bekend om zijn unieke vogelverzameling sinds 1982, een uitzonderlijke en mooie collectie, uiteraard allemaal opgezet en aangevuld met een groot aantal vlinders en insecten, meer dan 2500 soorten. Men kan hier deelnemen aan een rondleiding, welke circa 45 minuten duurt, doch men kan ook zelf rondkijken.

Het museum is geopend van begin juni tot en met medio september vanaf 14.00 uur in de middag.

ANDORRA

 

Voor gasten die geïnteresseerd zijn in een bezoekje aan de stad (laand) Andorra laten wij hieronder de route volgen:

Cesseras - Carcassonne - Mirepoix - Foix - Tarascon Sur Ariege -Aix Les Thermes - Andorra.

Wij zouden U er echter wel op willen wijzen, dat de heen, zowel als de terugreis, elk ongeveer 5 à 6 uren in beslag neemt. U kunt in deze stad belastingvrij inkopen doen en derhalve ook goedkoop tanken.

THUIR (90 KM)

In deze stad, gelegen aan de RN 612A op circa 10 KM ten zuiden van Perpignan bevindt zich het grootste houten wijnvat ter wereld uit 1950 met een inhoud van 1.000.000 liter. Het vat heeft een hoogte van 10 meter, een basis diameter van 12,5 meter en is geheel gemaakt van eerste klas eikenhout, waarvan de duigen een dikte hebben van 14 cm. Het wijnvat heeft in lege toestand een gewicht van 110 ton en in gevulde toestand van 1.100 ton. Desgewenst kan men hier rondgeleid worden en proeven van de bekende aperitieven Byrrh, Dubonnet en Cinzano.

LABASTIDE-ROUAIROUX (25 KM)

 

Voor families, waarvan de echtgenote de brei— of naald— kunst beoefent, zouden wij U een bezoek aan deze textiel— stad willen aanbevelen.

Hier bevinden zich een wol—, tapijt— en stoffenfabriek, welke rechtstreeks aan particulieren verkopen en waar U dan ook voor weinig geld Uw hart kunt ophalen.

Vele gasten van onze camping zijn U reeds voor geweest en waren zeer enthousiast.

Voor nadere inlichtingen omtrent prijzen, kwaliteit en kleuren kunt U zich vervoegen bij Mevrouw S. Molenaar— van der Schaaf, eigenaresse van SILVIE 'S BRODDELERIE, het boetiekje bij uitstek op de camping "BASTIBARRES" .

ROUTE: Cesseras - Fauzan - Saint Julien De Moliere Ferrals Les Montagnes - Mon Peyrefiche Verreries De Moussans - Labastide Rouairoux.

Terug: Labastide Rouairoux - Saint Pons - Rieussec La Caunette - Minerve - Azillanet - Cesseras.

 

ROQUECOURBE (30 KM)

 

Dit pittoreske Franse dorpje is te bereiken langs de volgende route: Cesseras- Olonzac - Homps - Lezignan - Escales - Roquecourbe.

Hier bevingen zich een dierenpark, twee botanische routes van respectievelijk 3 en 10 KM en een expositiehal met Mineralen, Fossielen e.d.

Voor verdere inlichtingen verwijzen wij U naar de Mairie en de plaatselijke Epicerie (kruidenier) .

Ook kan ter plaatse een maaltijd worden besteld.

 

Grotte La coquille / Grotte d’Andene

Deze liggen vlak bij het huis: neem vanuit Cesseras centrum de route D182 richting Fauzan. Enkele honderden meters voorbij het bordje Mont Celebre. Deze route blijven volgen, daarna de eerste verharde weg rechts inslaan en na circa 100 meter weer rechtsaf slaan. Deze weg buigt iets verder naar links en voert dan naar de rand van de Gorge van de Cesse. Nu even uitkijken. Er zijn nog twee landweggetjes rechtsaf, vlak bij elkaar. De eerste niet inslaan, de tweede wel. Deze loopt dood op een "natuurlijk" pleintje. Tot hier kunt U met de auto komen.

Aan de rand van de Gorge ziet U een nauwe doorgang tussen de rotsen, dit is het begin van de afdaling naar de grot. Er zit een blauwe staalkabel links aan de rotsen om de afdaling te vergemakkelijken.

Beneden aangekomen, kunt U zowel naar rechts als naar links.

Links komt U bij de grot waarin men onderzoekingen doet, rechts komt U bij een diepe doch zeer lage grot. De grot is zeer groot en donker, en aan de zolder zitten honderden vleermuizen.

Sterke zaklantaarns zijn hier aan te bevelen.

Grottes de Limousis

Deze liggen ten noorden van Carcassonne. De grote zaal hiein is behngenmet een kroonluchter van transparante calcietpegels.

Grotte La Deveze

Deze grotten noemt men ‘Het paleis van het gesponnen glas’. Ze zijn gelegen bij Cournicou, ten westen van Saint Pons.

Grotte Demoiselles

Deze liggen ten zuiden van Ganges en worden de mooiste van Zuid-Frankrijk genoemd.

Grotte Cabrespine

Deze grotten zijn in 1988 voor het publiek opengesteld en zijn als volgt te bereiken: Cesseras – Pepieux – Azille – Rieux – Peyrac – Villeneuve.

Grotte de Clamouse

De grot van Clamouse, een site geclassificeerd door het Ministerie van Ecologie, is een essentiële plaats voor het toerisme in Occitanië, in het hart van de Gorges du Hérault. Een diversiteit aan ondergrondse landschappen, bijna uniek in Europa! Internationaal bekend om de rijkdom van zijn concreties (met name de zeer zeldzame en excentrieke aragonietkristallen), vormt Clamouse een magische reis buiten de tijd.

Deze bevindt zich bij Saint Guilhem Le Desert.

Grotte La Roque Saint-Christophe

Gelegen op het grondgebied van de stad Peyzac-le-Moustier, in de Dordogne, is de grot van La Roque Saint-Christophe een kalkachtige helling van één kilometer lang en zestig meter hoog. We ontdekken natuurlijke holtes bezet door de mens sinds de prehistorie, vervolgens aangepast fort in de Middeleeuwen.

Oude grotwoningen, ze laten het leven in de vallei van Vézère door de eeuwen heen ontdekken, met name door reconstructies en rondleidingen. Het is ook mogelijk om naast de grot het fort en de oude middeleeuwse stad te ontdekken.

Grotte de Labeil

Gelegen aan de zuidkant van de Causse Du Larzac, de grootste van de “Grands Causses”, heeft deze grot de bijzonderheid dat deze een ondergrondse rivier van nog onbekende oorsprong kan bezoeken.

De uitzonderlijke kleur van de kristallen, de verscheidenheid aan sedimenten, het dolomietzand, het Escandorgue-basalt, alles hier getuigt van een opwindende geologische geschiedenis, onderbroken door het meerduizendjarige werk van water.

Salsigne

Dit is een oude goudmijn. De mijn ligt ten westen van Villeneuve-Minervois. De mijn is vanverre te herkennen aan de schachttoren met een wiel bovenin. Interessant is het zoeken in de storthopen ten oosten van de mijn.

Zwavelbronnen

Deze vindt U bij Vernet Les Bains en Amelie Les Bains

Versteende boomstammen

Van Cesseras rijdt U richting Fauzan en Saint Julien De Moliere. Hier loopt een klein asfaltweggetje richting Saint Andre. Na een aantal kilometers krijgt U links een landweggetje schuin terug het bos in. In de rotswand hiervan treft U deze versteende boomstammen aan.

Ponts Naturels de Minerve

Van Cesseras rijdt U naar Minerve. Enkele honderd meters voor Minerve is links een asfaltweggetje, dat schuin naar beneden gaat. Na 100 meter ziet U een verroest stalen bordje "Pont Naturel". Hier kunt U verder lopen de Cesse in, als de bedding droog staat.

Aan de linker kant is dan de eerste tunnel en iets verderop aan de rechterkant de tweede.