De geschiedenis van Cesseras

Al meer dan 300.000 jaar wordt het gebied rond Cesseras bewoond, zo blijkt uit recente opgravingen in de grot van Ardene (zie ook bezienswaardigheden). In de grot werden ook prehistorische tekeningen gevonden en in een diepergelegen gedeelte vond men enkele duizenden jaren oude voetafdrukken, die in de klei-achtige grond goed bewaard waren gebleven, mede dankzij een daar aanwezige kalklaag.

Meerdere resten van bewoning zijn in het gebied aangetroffen uit neolitische en protohistorische perioden. Ook uit de Romeinse tijd is hier veel terug te vinden. Zo zijn er de overblijfselen van een heiligdom, resten van woningen en graven. Zelfs is er een in een grot gesticht heiligdom ontdekt waar nog veel munten en olielampen te voorschijn kwamen. De eerste schriftelijke vermelding van Cesseras is gevonden in een dokument uit het jaar 844, volgens welk Karel de Kale, kleinzoon van Karel de Grote, het gebied van Cesseras ten geschenke gaf aan één van zijn vertrouwelingen, Hildéric, die zo de eerste edelman van het dorp werd.

Veel later, in de 13e eeuw, werden de edelen van Cesseras het slachtoffer van de kruistocht tegen de Katharen. Zij werden wegens ketterij in Carcassonne gevangen gezet. In 1255 kreeg Raymond Trencavel, laatste burggraaf van Carcassonne, adellijke rechten over Cesseras. Koning Lodewijk IX deed dit om Raymond schadeloos te stellen voor het afstaan van in beslag genomen goederen aan de koning. Vervolgens werd dit bescheiden dorp het laatste toevluchtsoord van de verdediger van de Occitaanse vrijheid, erfgenaam van een dynastie, die sedert 2 eeuwen regeerde in de Bas Languedoc. Raymond Trencavel, een echte ridder volgde de Heilige Lodewijk in de zevende kruistocht en hij onderscheidde zich door zijn dapperheid. Hij keerde terug en stierf, waarschijnlijk in het kasteel van Cesseras rond 1267. Na zijn dood droeg de vorst het bezit van Cesseras over aan zijn zoon Roger van Béziers, wiens nakomelingen tot het midden van de 15e eeuw landheren van Cesseras waren.

In 1155 werd het gebied voor 1400 gouden ponden gekocht door de edelman Bertrand van Corssier, opperrechter in het drostgebied Carcassonne. Zijn zoon Bernard restaureerde het slot en bouwde de ronde torens.

In 1657 trouwde de zoon van Baron de Fabrezan met de dochter van Corssier, Anne Loubens. Deze Charles de Seigneuret bracht een bruidsschat mee van 120.000 pond, in ruil waar voor hij de titel van baron van Cesseras kreeg. Hij was het, die het kasteel inrichtte, zoals men het nu nog kan zien. Zijn nakomelingen droegen de titel tot aan de revolutie.

Jean François van Seigneuret van Loubens, laatste baron van Cesseras, week uit naar Chambery, waar hij in 1792 stierf. A1 zijn goederen werden in beslag genomen en bij opbod verkocht.

De geschiedenis van Cesseras wordt vooral bepaald door twee dramatische gebeurtenissen; de inname en brandstichting van het dorp door plunderaars, aangevoerd door de bandietenleider Gaitiot del Castel, in 1366 tijdens de 100-jarige oorlog, en de veldslag, die werd geleverd nabij de oude kapel van Saint Salvy (op 200 m afstand van de villa - zie ook bezienswaardigheden) op 25 oktober 1591, tijdens de godsdienstoorlogen, waarin de troepen van de graaf Antoine de Joyeuse en die van Graaf de Montmorency, tegenover elkaar kwamen te staan.

Vanaf het feodale slot, in de schaduw van de laatste uitlopers van het kalkplateau waakt Cesseras over de wijngaarden van de vlakte.

Bij de gotische kerk met daarnaast de klokketoren, bewaren de straten van het oude dorp de middeleeuwse sporen van de versterkingen van twee vierkante torens.

Op het plein, dat typisch is voor dorpen in de Languedoc, staat de put in de schaduw van platanen.

Aan de rand van het dorp, zowel in het Oosten als in het Westen staan twee kapellen, die een wandeling erheen waard zijn. De voorromaanse kapel van Saint Salvy, orngeven door groene eiken, vertegenwoordigt de resten van een voorbije eredienst. De Romaanse kapel van Saint Germain (zie ook bezienswaardigheden), in de schaduw van grote pijnbomen, onthult een opmerkelijk zuivere stijl.

Naar het noorden ligt, wat hoger, het kalkplateau van Fauzan, een uitgestrekt dor gebied, doorsneden door de kloof van de Cesse met steile kalkrotswanden, gebleekt door de zon, en uitgesleten door water, weer en wind. Een indrukwekkend en woest landschap, rijk aan prehistorische plekken, zoals de grot van Aldene en de dolmen van Balzabe.

De streek om Cesseras heeft een aantal ongewone plekken, vol geschiedenis, waar de natuur in takt gelaten is door de bewoners.